Toekomst filatelie

Tijdens de Winterstamps, een tentoonstelling die begin 2020 is gehouden, is de toekomst van de filatelie in een aantal lezingen / presentaties aan de orde geweest. De lezing van Edwin Voerman stelt een aantal belangrijke zaken ter discussie.

Aan de hand van zijn inleiding bieden we de leden de gelegenheid om met elkaar in discussie te gaan over dit onderwerp. Op grond van deze discussie wil het bestuur komen met een toekomstplan voor de eigen vereniging.

De inleiding van Edwin Voerman vindt u hier.

U kunt een reactie op deze notitie plaatsen door hier onder op “reactie” te klikken. Om te voorkomen dat er ongewenste informatie wordt geplaatst, worden de reacties pas zichtbaar nadat de webbeheerder toestemming heeft gegeven. Alle serieuze reacties worden toegelaten.

1 reactie op “Toekomst filatelie

  1. De analyse van Edwin Voerman bevat een aantal rake observaties, maar hier en daar zet ik toch ook mijn vraagtekens bij zijn betoog.

    ‘Postzegels vormden ons venster op de wereld’, schrijft hij in zijn inleidende paragraaf. Vormden of vormen? Voor mij persoonlijk is dat nog steeds zo, of ik nu lid ben van een (al dan niet bloeiende) vereniging of niet! Ik vind het nog altijd bijzonder om oog in oog met een gebouw of een landschap te staan dat ik al járen geleden via mijn postzegels heb leren kennen.

    Dat de animo om postzegels te verzamelen en lid te worden van een vereniging is afgenomen, wijt Voerman aan de opkomst van computers, smartphones en dergelijke. Dat draagt er zeker aan bij, maar ‘verzamelen’ is mijns inziens ook een soort ‘oerdrift’ van de mens, al kunnen we het ons vandaag de dag permitteren daar minder aandacht en tijd aan te besteden dan vroeger; dat geldt om te beginnen al voor het verzamelen van ons dagelijkse voedsel: boodschappen doen bij de supermarkt (of je boodschappen thuis laten bezorgen) is efficiënter dan afzonderlijke bezoeken te moeten brengen aan bakker, slager, groenteboer en melkman.

    Een volgens mij belangrijke oorzaak waardoor de animo om postzegels te verzamelen ook is teruggelopen, maar die door Voerman vreemd genoeg niet wordt genoemd, is de overvloed aan emissies die in veel landen worden uitgebracht. Postzegels degraderen daarbij tot de gratis voetbalplaatjes-bij-de-supermarkt, maar het kost wel kapitalen om ‘compleet’ te blijven. Het Nederlandse emissiebeleid doet daar sinds een aantal jaren ook enthousiast aan mee, en heeft het verzamelen van ‘Nederland’ m.i. een stuk minder aantrekkelijk gemaakt. Overdaad schaadt, en draagt in dit geval bij aan de afnemende interesse voor de filatelie en voor postzegelverenigingen!
    In paragraaf III stelt Voerman dat besturen onvoldoende visie hebben gehad om met hun tijd mee te gaan. Dat legt de ‘schuld’ wel heel eenzijdig bij de besturen! De leden van de diverse verenigingen hebben – kennelijk – ook niet aan de bel getrokken en hun bestuur aan het denken/werk gezet.

    We moeten, als ik Voerman goed begrijp, evolueren tot ‘internetverzamelaars’, die geen traditionele vereniging meer nodig hebben. Wat dat concreet inhoudt, maakt hij m.i. onvoldoende duidelijk. We moeten kennelijk via internet aan ons materiaal komen (en niet meer via ruilen, veilingen of rondzendingen van een vereniging), en we moeten daarover kennelijk via internet kennis of ‘belevingen’ verzamelen. En die ‘internetverzamelaars’ zullen vervolgens hun verworven kennis en ‘belevingen’ ook wel via internet met hun soortgenoten moeten delen. Nee, voor zo’n manier om filatelie te bedrijven heb je inderdaad geen vereniging zoals de onze nodig. Maar of je dan überhaupt nog verzamelaars overhoudt? De meesten van ons worden dan, denk ik, voor zover ze actief blijven verzamelen, solisten – ieder voor zich thuis bezig met z’n zegeltjes, zonder contacten met gelijkgestemden.
    Als dát de toekomst van de georganiseerde filatelie wordt, zijn we in een sterfhuisconstructie beland. En hoeven we van onze ‘leiders’ op landelijk niveau niet veel te verwachten. Onze vereniging zal dus haar eigen weg moeten vinden, met wel steeds in het achterhoofd dat er op de kortere of langere termijn misschien geen ‘vraag’ meer zal zijn naar een traditionele vereniging… Dat ontslaat ons nú echter dus vooralsnog niet van de noodzaak om onze vereniging zodanig aan te passen en bij te schaven dat we er met elkaar (en als het kan met nieuwe aanwas) nog plezier in hebben om ons aan onze gezamenlijke passie te wijden.

    Volgens Voerman ligt de toekomst van de filatelie in ‘een platform waar Engels de voertaal is’ zodat men ‘geïnteresseerden wereldwijd met elkaar verbinden’ kan, buiten de huidige verenigingsstructuur. Dat sluit naar mijn idee nauwelijks aan bij de wensen en behoeften van de ‘gemiddelde’ verzamelaar. Zo verzamel je namelijk geen postzegels meer maar informatie en ‘belevingen’. Dit alles neemt niet weg dat we de komende tijd (door Voerman ‘transitieperiode’ genoemd) er wel degelijk voor moeten zorgen dat we een aantrekkelijke verenigingswebsite moeten hebben; het bestuur heeft daartoe recentelijk al een aantal aanzetten gedaan.
    Op dat platform komt hij verderop in zijn betoog nog terug, en daar zet ik persoonlijk toch mijn vraagtekens bij. Zo stelt hij bijvoorbeeld: ‘nog altijd is het Nederlandse verzamelgebied niet voor buitenlandse geïnteresseerden online toegankelijk gemaakt’. Hij noemt dat zelfs ‘prioriteit nummer 1’. Klopt misschien wel, maar in hoeverre zou dat de aantrekkelijkheid, het functioneren en de levensvatbaarheid van de bestaande Nederlandse verenigingen ten goede komen? Wat is het belang hiervan voor mij, als lid van een traditionele vereniging? Het door Voerman bepleite Engelstalige internetplatform, op te zetten door KNBF, NVPH en Stichting Filatelie, zou volgens hem in het belang zijn van (onder andere)… KNBF, NVPH en Stichting Filatelie. Nogal wiedes. Maar wat hebben wij als plaatselijke vereniging en als individuele verzamelaars daaraan?

    Het is goed om aan de hand van de notitie van Edwin Voerman over deze zaken na te denken, maar ik denk toch dat onze vereniging vooral ook haar eigen plan moet trekken. Zomaar een paar ideeën, bedoeld om er op te schieten of om ze af te schieten en ze te laten schieten. Of om er wat mee te doen natuurlijk….:

    * Zo zou kunnen worden gedacht aan een nauwere samenwerking (of op den duur misschien zelfs wel een samengaan!) met naburige verenigingen die ongetwijfeld met dezelfde problemen kampen. Verenigingen langs de Gouwe bijvoorbeeld, van Gouda via Boskoop tot Alphen aan den Rijn. Daarbij valt wel te bedenken dat dit uiteindelijk waarschijnlijk een tijdelijke oplossing is. En: naar de ledenbijeenkomsten hier in Gouda komt normaliter maar zo’n 20% van de leden toe; hoe gaat dat als je voor een ledenbijeenkomst naar Boskoop of naar Alphen moet…?
    * En als we in het nieuwe jaar nu eens een schrijfwedstrijd onder onze leden houden? Schrijf een stukje waarin enthousiasme voor een speciaal aspect van de filatelie of een bijzondere ervaring dankzij postzegels doorklinken; alle bijdragen worden op de website gepubliceerd en tegen het eind van het jaar mag een jury de drie beste verhalen selecteren en de inzenders ervan een klein prijsje geven. We benoemen ook enkele externe deskundigen in de jury (zoals Marianka Peters van de Goudse Post, een gemeenteraadslid, of …..) zodat er ook in hun netwerken, buiten onze vereniging, aandacht voor de filatelie komt.
    * Verder kan ik me voorstellen dat de vereniging alert is op manifestaties en gebeurtenissen in de stad die niet direct met postzegels te maken hebben, maar waarbij we als vereniging wel onze neus kunnen laten zien. We treden zo buiten ons eigen, filatelistische kringetje en brengen wellicht deze of gene ‘van buiten’ op een idee. Bijvoorbeeld: verzamelt er iemand het thema ‘kaas op postzegels’? Dan zou dat kunnen dóórklinken bij een manifestatie in Kaasstad Gouda. En kan iemand op Open Monumentendag een enthousiast verhaal vertellen over gebouwen op postzegels? Laten we Gouda-breed van ons horen als er een postzegel met een Gouds element wordt uitgegeven ? Zo kunnen we hopelijk de aandacht op onze vereniging vestigen, als we te zijner tijd corona onder de duim hebben.

    Ten slotte: ik vind het erg positief dat het bestuur van onze vereniging zich met dit onderwerp bezig houdt en hierbij ook de leden betrekt. Ik ga er – gezien de ernst van de situatie – van uit dat de oproep véél leden inspireert om hierover na te denken en een bijdrage aan de discussie te leveren!

    Jan van den Brink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

30 − = 27